Onze andere sites
noorderdiepte.nl

Een singel met kijkwater

Wim Boetze

In de jaren zeventig verrees, voor de stad nogal ongebruikelijk, ver buiten Groningen de satellietwijk Lewenborg. Een woonwijk met veel deelbuurtjes, onderling verbonden door een doolhofpatroon aan wegen – in kringen van architecten een ‘bloemkoolwijk’ genoemd. Begin 2000 begon een ingrijpende herstructurering van het centrum. Flats moesten wijken voor lage nieuwbouw, de groene ruimte kreeg een nieuw ontwerp. Overal verdween de bloemkool. Alles werd fris en recht. Onlangs werden aan de Lewenborgsingel de laatste meters asfalt gedraaid.

Scanteam
Een lezer van Noorderbreedte, een Lewenborger, tipte het scanteam voor een bezoek aan de recent voltooide Lewenborgsingel. De kilometerlange watersingel rijgt in de wijk scholen, winkels en voorzieningen aaneen. Wim Boetze en Peter de Kan gingen op stap met Linda Noorman, landschapsarchitect en in het dagelijks leven provinciaal bouwmeester.

De wandeling begint aan het oosteind van de singel, vlak bij het landbouwgebied achter de Noorddijkerweg. Een zware boogmuur van gesinterde baksteen lijkt de grens met het buitengebied te markeren en deze zelfs aan het oog te onttrekken.
De Kan: ‘Op het andere eind ligt ook zo’n muur. Net alsof de singel tussen haakjes staat.’

Singel
Boetze: ‘De muur is sober en mooi ontworpen, maar zonder muur zou de singel vloeiender in het landschap zijn overgegaan. ’
Noorman: ‘De muren maken duidelijk dat de singel een begrensde binnenstedelijke ruimte is. Verderop is de singel ook als stedelijke ruimte behandeld. Het gaat mij niet alleen om mooi of lelijk, maar ook of het ontwerp zich laat aflezen.’
De Kan: ‘Het wordt zo een ander verhaal. We beoordelen dan niet of de ruimte prettig overkomt, maar blijven op neutraal terrein.’
Boetze: ‘Het zou betekenen dat we pas iets over de kwaliteit van een ruimte mogen zeggen als we eerst de beweegredenen van de ontwerper kennen.’
Noorman: ‘Ik probeer te duiden wat we hier zien.’

Dam
Noorman: ‘Als je de ruimte van de singel op zich beschouwt, loopt deze eindeloos door, terwijl de centrale waterpartij al na een paar honderd meter lijkt te eindigen tegen de damwand van een kruisende weg.’
De Kan: ‘Zou dat de bedoeling van de ontwerper zijn geweest? Je weet dat het water achter die dam verdergaat, maar je mag de doorstroming niet zien.’
Boetze: ‘Ik vraag me af of het de bedoeling was om de totale lengte van de Lewenborgsingel te compartimenteren in plaats van dat je een lange doorlopende waterpartij blijft zien.’
Noorman: ‘Je ziet door eenduidig ontwerp en toepassing van bruggen en materialen dat er over de volledige lengte van de singel naar eenheid is gestreefd. ’
De Kan: ‘Door de kruisende straat (Lijzijde, red.) in zo’n zware damconstructie uit te voeren, wordt die compartimentering wel heel erg in beton gegoten. Alles wat maar enigszins transparant gemaakt had kunnen worden, is nagelaten.’
Boetze: ‘Ik begrijp dat ook niet. In de Amsterdamse grachten liggen een paar honderd bruggen en je hebt er, waar je ook staat, altijd het beeld van doorlopend water.’

De damwanden langs de kades en de waterbordessen zijn erg fors en maken het waterlint op enkele plekken tot een scheepvaartkanaal.

Boetze: ‘Wat vinden jullie van de keuze van de damwanden?’
Noorman: ‘De ontwerper heeft consequent gekozen voor een forse damwand, een type dat in waterstaatswerken water moet keren. Het is voor de singel een nogal degelijke oplossing.’

Bunschip
Tussen Lijzijde en Loefzijde zijn er nauwelijks mogelijkheden om vlak bij het water te komen. Alleen op het bunschip, het kunstwerk van Jeroen Doorenweerd, ben je dicht bij het water.
Noorman: ‘Het is vooral kijkwater. Ik vind het altijd aantrekkelijk als aan water meerdere functies worden toegekend. Er hadden bijvoorbeeld wel wat vlonders vlak boven het water aangelegd kunnen worden.’
De Kan: ‘We zagen kleine veldjes waterlelies, wat duidt op schoon water. Het is aantrekkelijk om dat van dichtbij te ervaren.’
Noorman: ‘Het zou er levendiger uitzien met bootjes en vissers. Het lijkt erop dat de ontwerper het water meer als vorm- dan als gebruiksmiddel toe heeft willen passen.’
Boetze: ‘Je zou één van die halfronde damwandbordessen als visplek kunnen inrichten.’
De Kan: ‘De zuidoever is flink begroeid met riet en lisdodden.’
Boetze: ‘Dat is de eco-oever. Ik krijg de indruk dat de ontoegankelijkheid van het water ook is ingegeven door de intentie om van de singel gedeeltelijk een eco-zone te maken.’
Noorman: ‘Toch maken fietsers en wandelaars er druk gebruik van. In die zin is het plan geslaagd.’

Boomsoorten
Tussen Lijzijde en Loefzijde is de afstand tussen de bebouwing aan de beide singelkanten groot. De opeenvolging van trottoir-straat-berm-water-berm-fietspad-trottoir heeft veel ruimte genomen en een flink ‘gat’ in de wijk geslagen. Er zijn spaarzaam hoogopgaande boomsoorten geplant. Hier en daar komen in de walkant spontaan wilgenstruiken op. Het is de vraag of dat allemaal voldoende is om de singel op termijn een wat meer besloten karakter te geven.
De Kan: ‘Ik mis tussen het fietspad en het water zware bomen. Het is prettig fietsen als je af en toe ook eens door een boomgroep rijdt, of kunt stoppen en aan de waterkant onder een boom een boek kunt lezen. Het ligt er allemaal zo ongenaakbaar hard bij. De grote schaal van de ingreep had wel wat meer afhechting aan de randen verdiend.’
Noorman: ‘Er zijn wel bomen aangeplant.’
Boetze: ‘Dat zijn kleinblijvende soorten, zoals prunus en knotwilg. “Reuzen” als abelen, schietwilg en de inheemse populier, soorten die zo kenmerkend zijn voor het parkbeeld van Lewenborg, zijn in een enkel geval gespaard maar verder spaarzaam bijgeplant. Op de damwandbordessen zijn soorten geplant die je in de grote schaal van de ruimte altijd als klein zult blijven ervaren.’
Noorman: ‘Het zou mooi zijn als de populier het beeldmerk voor Lewenborg zou zijn. Maar ik denk dat de ontwerper een gevarieerd beeld heeft willen scheppen door langs het water allerlei laagblijvende siersoorten at random te plaatsen en de grote bomen aan de randen te houden. Het draait om hoe je de ruimte modelleert en met welke middelen. En of het werkt.’

Parkeerterrein
De wandeling eindigt op het centrale parkeerterrein, dat ook weer als een bordes met damwanden aan het water ligt.
Van een bevriende Lewenborger weten we dat de ’compartimenterende’ dam in Lijzijde een open brug had moeten zijn, maar dat daar geen geld meer voor was.

Dit is een artikel uit het tijdschrift Noorderbreedte, 37 – NO. 4
Noorderbreedte is het tijdschrift over het landschap, de cultuurhistorie, de natuur en het milieu in Friesland, Drenthe en Groningen.